Yin en Yang
Het samenspel van zon en berg laat de voortdurende wisselwerking tussen Yin en Yang zien.
De zijde van de berg die in de zon ligt, staat voor Yang.
De zijde die in de schaduw ligt, staat voor Yin.
Terwijl de zon haar weg vervolgt, verandert ook wat licht en wat donker is. Wat eerst Yang was, wordt langzaam Yin. En wat in de schaduw lag, kan opnieuw in het licht komen.
Zo bewegen Yin en Yang voortdurend in elkaar over.
We herkennen die beweging overal om ons heen: in dag en nacht, licht en donker, zomer en winter, boven en onder, Hemel en Aarde, mannelijk en vrouwelijk.
Yin en Yang zijn daarom geen absolute tegenpolen. Ze bestaan bij de gratie van elkaar en vormen samen één voortdurende beweging.
Binnen die cyclus bereikt zowel Yin als Yang een moment van maximale kracht. Maar juist op dat hoogste punt begint de beweging alweer de andere richting op te gaan.
Wanneer Yang zijn hoogtepunt bereikt, begint Yin toe te nemen.
Wanneer Yin zijn hoogtepunt bereikt, keert de beweging weer richting Yang.
In de traditionele Chinese indeling van de dag wordt het middaguur gezien als het hoogtepunt van Yang. In de uren ervoor neemt Yang steeds verder toe. Zodra dit hoogste punt is bereikt, begint de beweging richting Yin alweer.
Zo ontstaat een voortdurende cyclus van toenemen en afnemen, verschijnen en verdwijnen, licht en donker.
Niet als twee krachten die tegenover elkaar staan, maar als twee bewegingen die samen één geheel vormen.